Van kader tot gymnasium: dit zijn alle onderwijsniveau’s
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2024%2F05%2Fniveau-1.jpg)
Wanneer de basisschool is afgerond, is het tijd voor de middelbare school. Los van het kiezen voor een specifieke school is het ook belangrijk om te weten welk niveau bij jouw zoon of dochter aansluit. Dit zijn de verschillende onderwijs niveau’s in Nederland.
Kinderen gaan gemiddeld op hun twaalfde naar het voortgezet onderwijs, oftewel de middelbare school. Van vier tot en met twaalf jaar doorlopen alle kinderen de acht groepen van de basisschool. Op basis van het voorlopige advies en de resultaten van de doorstroomtoets, de opvolger van de eindtoets, wordt bepaald welk niveau geschikt is voor jouw kind. Het al eerder gegeven advies kan door de doorstroomtoets in principe nog omhoog gaan en niet meer lager worden. Dit zorgt voor minder stress en spanning bij de kinderen tijdens het maken van de toets.
Alle niveau’s op een rij
Praktijkonderwijs
Het praktijkonderwijs duurt zes jaar en dient als voorbereiding op de arbeidsmarkt. Er wordt les gegeven in kleine groepen en er is veel ruimte voor uitleg en begeleiding.
Naast de reguliere vakken, worden er ook praktijkvakken gegeven, zoals zorg, verkoop en welzijn. Daarnaast wordt het ontwikkelen van algemene vaardigheden gestimuleerd, zo is er onder andere aandacht voor zelfredzaamheid, communicatievaardigheden, planmatig werken en werknemersvaardigheden.
Vmbo
Het vmbo duurt vier jaar en de meeste kinderen volgen dit van hun twaalfde tot zestiende jaar. Binnen het vmbo zijn er verschillende leerwegen mogelijk.
Basisberoepsgerichte leerweg
De basisberoepsgerichte leerweg, ook wel vmbo basis genoemd, bereidt leerlingen voor op een mbo niveau 2 opleiding. Het is vooral geschikt voor kinderen die praktisch zijn ingesteld. Na het afronden van de opleiding kunnen leerlingen direct aan de slag binnen het ambacht dat ze hebben geleerd. Het eindexamen bestaat ook uit vier vakken en één beroepsgericht vak en is daardoor minder zwaar dan andere vmbo-leerwegen.
Kaderberoepsgerichte leerweg
De kaderberoepsgerichte leerweg, vmbo-kader, is ook gericht op praktisch ingestelde kinderen. Ook hier doen leerlingen examen in vier vakken en één beroepsgericht vak. Daarnaast is het mogelijk om een programma van 960 uur te volgen. Deze leerweg bereidt leerlingen voor op een op een mbo niveau 3 of 4 opleiding.
Gemengde leerweg
Leerlingen die goed kunnen studeren en zich tegelijkertijd willen voorbereiden op bepaalde beroepen passen bij vmbo-gl. Er is zowel aandacht voor theoretisch als praktisch onderwijs en het is qua niveau hetzelfde als de theoretische leerweg.
Er wordt examen gedaan in vijf algemene vakken en één beroepsgericht vak. Ook is het een mogelijkheid om een beroepsgericht programma te volgen van 320 uur. Met een diploma kunnen leerlingen een niveau 3 of 4 opleiding volgen of doorstromen naar de havo.
Theoretische leerweg
Vmbo-t of vmbo-tl, biedt vier profielen aan waar leerlingen uit kunnen kiezen, namelijk economie, landbouw, techniek en zorg en welzijn. Het examen bestaat uit minimaal zes algemene vakken en na het afronden hiervan kunnen leerlingen een mbo niveau 3 of 4 opleiding gaan volgen of doorstromen naar de havo.
Havo
Op de havo is er meer ruimte voor verdieping van het lesmateriaal en kunnen leerlingen zelfstandiger werken.
Vwo
Het vwo duurt zes jaar en ook hier kiezen leerlingen net als bij de havo in de bovenbouw een profiel. Daarbij kunnen ze kiezen uit: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid of natuur en techniek. Er zijn twee vormen van het vwo, namelijk gymnasium en atheneum.
Atheneum
Het gymnasium duurt zes jaar en is voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, oftewel het bereidt leerlingen voor op de universiteit. Er worden alleen maar theoretische vakken geleerd en het tempo ligt hoog. Je kunt met het diploma doorstromen naar de universiteit of het hbo.
Gymnasium
Het gymnasium heeft hetzelfde niveau als atheneum, alleen krijgen leerlingen hier extra vakken, namelijk culturele vorming, Latijn en Grieks. Daarnaast moet er in Grieks of Latijn ook eindexamen worden gedaan. Ook hierna kunnen leerlingen aan de universiteit studeren of naar het hbo.
Tweetalig onderwijs
Tweetalig onderwijs, ook wel afgekort met tto, is voor leerlingen op ieder niveau ook nog een mogelijkheid.
Bij tweetalig onderwijs wordt de les in het Engels gegeven en wordt er in het Engels gecommuniceerd, zowel met de leraar als de leerlingen onderling.
Leerlingen die op havo en vwo tweetalig onderwijs volgen krijgen na het afronden naast hun gewone diploma ook een International Baccalaureate (IB)-certificaat voor het vak Engels of een Cambridge International (CI)-certificaat voor het vak Global Perspectives en een ander vak naar keuze.
Speciaal onderwijs
Wanneer je kind niet met het reguliere schoolsysteem kan meekomen, is er ook nog het speciaal onderwijs. Dit is voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en bestaat uit vier clusters.
Cluster één is voor blinde en slechtziende kinderen, cluster twee is voor dove, slechthorende leerlingen of kinderen met een taal-spraakontwikkelingsstoornis. Cluster drie is voor lichamelijke en/of verstandelijke gehandicapte kinderen of kinderen die niet mee kunnen komen vanwege langdurige ziekte. En cluster vier is voor kinderen die psychische stoornissen en/of gedragsproblemen hebben.
Leerlingen die niet mee kunnen komen worden met een verklaring doorverwezen naar het speciaal onderwijs. Bij kinderen die binnen cluster 1 en 2 vallen, bepaalt de instelling of het kind geschikt is voor deze plek.
Leerlingen kunnen tot en met hun twintigste les volgen via het speciaal onderwijs. Wanneer de opleiding is afgerond, is er de mogelijkheid om door te stromen naar reguliere middelbare onderwijs, de arbeidsmarkt en dagbesteding.